Aanpak van de wachttijden in de praktijken van artsen en specialisten

06/11/2017
Ruth

Mensen worden steeds ongeduldiger. Op restaurant en hotel willen ze direct worden geholpen. Maar ze moeten begrijpen dat wij als dokters nooit exact kunnen voorspellen hoeveel tijd een patiënt in beslag zal nemen’, zegt Johan Van Eldere, hoofdgeneesheer van het UZ Leuven Gasthuisberg. ‘Oudere mensen hebben vaak meer uitleg nodig. En soms worden dokters weggeroepen voor urgenties. Of ze krijgen telefoon van een collega om te overleggen over een moeilijk geval.’

Jan Gutermuth, hoofd dermatologie aan het UZ Brussel, beaamt. ‘Vroeger werd het als een teken van kwaliteit gezien als je lang moest wachten bij een dokter. Nu leggen de patiënten zich niet langer neer bij onrealistisch lange wachttijden. Dat snappen we, maar zij moeten ook beseffen dat door de verouderende maatschappij veel ziektes een stuk complexer zijn dan vroeger. Daarnaast gaat een behoorlijk deel van onze tijd naar administratie.’

Niemand ontkent dat de druk op artsen groot is. Maar een realistischer planning van de consultatie, met meer ingeplande tijd per patiënt, moet toch mogelijk zijn? Een specialist uit een groot ziekenhuis verwoordt: ‘Soms valt eens een patiënt weg. Maar ik kan me in mijn job echt niet permitteren vijf minuten met mijn vingers te draaien. Daarom overboeken we onze agenda wel eens, ja.’

In het UZ Brussel loopt het percentage patiënten dat niet komt opdagen soms op tot 15 procent. ‘Maar zodra je dat in kaart hebt gebracht, kan je daar rekening mee houden in je planning,’ zegt Gutermuth. ‘Met een goed IT-systeem, waarbij je automatisch een sms stuurt naar de patiënt om hem aan zijn afspraak te herinneren, kan je die annulaties al wat terugdringen. Maar honderd procent correct zal je de planning nooit kunnen maken.’

Traceerbare badges

Dinsdagochtend, 10 uur. Aan de inschrijvingen van het AZ Herentals is het stil. Enkele mensen staan bij een automatisch loket, waar ze een badge krijgen zodat het administratief personeel en de dokters kunnen zien waar ze zich in het ziekenhuis bevinden. De patiënt hoeft zich hier dus niet nog eens aan te melden bij de wachtruimte van de afdeling waar hij naartoe gaat. Op tv-schermen ziet hij hoeveel de gemiddelde vertraging per dokter bedraagt. Is dat meer dan een kwartier, dan kan hij in de cafetaria nog even een koffie gaan drinken.

‘Voel je de absolute rust?’ Directeur Rudy Van Ballaer is trots op het systeem dat zijn ziekenhuis ontwikkelde. ‘Er worden geen namen afgeroepen. Patiënten hoeven aan de balie niet te gaan vragen wanneer het hun beurt is. Ze worden niet zenuwachtig als iemand die later aankwam eerst aan de beurt is, omdat ze op het scherm kunnen zien dat andere dokters iets minder vertraging hebben.’

De vraag is: willen we onze keuzevrijheid opgeven om minder lang te moeten wachten.

JAN GUTERMUTHHOOFD DERMATOLOGIE UZ BRUSSEL

Het systeem maakt niet alleen het wachten aangenamer, het ziekenhuis maakte er ook een prioriteit van de wachttijden te verminderen. De automatische kiosken aan de inschrijvingen waren een eerste stap. Het trackingsysteem stroomlijnt de flow aan patiënten beter. En de meeste dokters werken met twee consultatieruimtes, zodat de volgende patiënt telkens al klaar zit. Dat het automatische systeem ook een besparing van enkele administratieve jobs oplevert, is meegenomen.

Ook in het UZ Brussel is het terugdringen van de wachttijden een prioriteit. ‘We houden rekening met uiteenlopende elementen,’ zegt Jan Flament, manager facilitaire diensten. ‘De tijd van de patiënt begint eigenlijk al te lopen op het moment dat hij thuis vertrekt. Daarom willen we het ook mogelijk maken dat hij zich thuis al kan inschrijven, of dat hij de parking per gsm kan betalen.’

Op de dienst dermatologie heeft Jan Gutermuth de wachttijden al drastisch ingeperkt. 86 procent van de patiënten staat in minder dan een uur weer buiten. ‘Elke ochtend loop ik langs het hoofd van onze patiëntenadministratie om de planning te overlopen en de agendaproblemen op korte en lange termijn te bespreken. Een arts moet ook een manager zijn. Hij stuurt een medisch team en een administratie aan. Ook de lange wachttijden behoren tot zijn verantwoordelijkheid.’

Dokters moeten ook niet te beroerd zijn taken te delegeren, vindt Gutermuth. ‘Ik heb in de Verenigde Staten en Duitsland gewerkt. Daar werken ze met ‘dedicated nurses’, verpleegsters die opgeleid zijn om specifieke taken op zich te nemen, zoals het leggen van speciale verbanden. Je hebt er ook ‘patient coordination managers’, die de dokters een groot deel van de administratieve taken uit handen nemen.’

Ook Flament ging te rade bij Amerikaanse collega’s. ‘In het Virginia Mason ziekenhuis in Seattle, een van de beste ter wereld, staan in elke wachtruimte schermen met de gemiddelde wachttijd. Zodra die bij een van de artsen over het kwartier gaat, zijn de collega’s verplicht in te springen. De vraag is: willen de patiënten dat hier wel? Wij zijn de luxe gewend om de dokter te kiezen die we willen.’

Dat merkt ook Johan Van Eldere in Gasthuisberg. ‘Zoals bepaalde cafés steeds populairder en drukker worden, zo worden ook sommige specialisten overbevraagd. Je zou naar een systeem kunnen gaan waarbij patiënten een dokter wordt toegewezen in hun regio. Maar zijn we bereid de vrije keuze in de geneeskunde op te geven?’

Te veel of te weinig

Het duurt gemiddeld 13 weken om een afspraak te maken bij een specialist, bleek vorig jaar uit een rondvraag van het weekblad Knack. Soms zijn de wachttijden echt schrijnend: in het centrum voor ontwikkelingsstoornissen bij kinderen van deUGent is het een jaar wachten op een afspraak voor een autismetest. De lange wachttijden zijn ook de reden waarom dermatologe Annelies Stockman in Torhout elke donderdag nog een vrije consultatie houdt. Wie een afspraak wil, kan pas in maart langskomen.

Om die termijnen niet nog verder te doen oplopen, is het niet onlogisch dat dokters extra veel patiënten proberen te zien in één dag. Zijn er dan niet gewoon te weinig specialisten? ‘In sommige disciplines wel,’ zegt Johan Van Eldere. ‘Zo zijn er te weinig geriaters en pediaters, niet toevallig specialisaties die minder opbrengen dan meer technisch gerichte specialisaties. Er wordt al langer gesproken over het rechttrekken van die situatie. Maar de dokters die relatief het meest verdienen, staan sterk bij de artsensyndicaten, waardoor er weinig schot in de zaak komt.’

In de geneeskunde gelden de normale principes van de markt niet.

PAUL BEKEHUISARTS OP RUST

Paul Beke, huisarts op rust en columnist in de Artsenkrant, gelooft niet dat meer specialisten het probleem oplossen. Integendeel. ‘In de geneeskunde gelden de normale principes van de markt niet. Je lost dewachttijden, de vraag, niet op door het aanbod te vergroten. Integendeel, hoe meer specialisten, hoe meer volk ze trekken. Je wil niet weten hoeveel mensen naar een orthopedist trekken voor relatief onschuldige rugklachten, met vaak onnodige radiografieën tot gevolg. Dat kost de samenleving miljarden.’

De sleutel ligt voor Beke bij de huisartsen. ‘Zij kunnen gerust een deel van de specialistentaken op zich nemen: rugklachten, lichtere longziektes, de opvolging van hartpatiënten. De groepspraktijken die overal opgang maken, zijn daarvoor ideaal: elke huisarts kan zich toeleggen op een discipline.’

Volgens Beke zullen de wachttijden in de ziekenhuizen pas echt dalen als mensen langs de huisarts moeten passeren voor ze een afspraak bij de specialist krijgen. Maar is de Belg klaar voor zo’n systeem? Nu kiest iedereen zijn dokter, en passeert zo nodig bij een andere voor een tweede opinie. Het gaat erom wat we belangrijker vinden: even wachten voor de dokter die we zelf hebben gekozen of een dokter toegewezen krijgen volgens een strikt gereguleerd systeem?

‘In België mogen we echt trots zijn op de kwaliteit en de toegankelijkheid van de zorg’, besluit Gutermuth. ‘Die vrijheid is erg waardevol. De vraag is: willen we die opgeven om iets minder lang te moeten wachten?’

BRON : DE TIJD - 4/11/2017